Asbest-Certificaat.be is onderdeel van

Veelgestelde vragen

    Algemeen over Asbest

    • Is een eenzijdige verklaring van de klant een geldig bewijsdocument?

      Nee, een eenzijdige verklaring die de asbestdeskundige van de opdrachtgever ontvangt, is geen geldig bewijsdocument. De deskundige is zelf verantwoordelijk voor het beoordelen van de bruikbaarheid van informatie op basis van zijn expertise en vaststellingen ter plaatse. Indien er twijfel of conflict bestaat tussen documenten en de werkelijke situatie, hebben de vaststellingen van de deskundige altijd voorrang.

    • Welk opdrachtformulier moet er gebruikt worden voor het opstellen van een attest?

      U moet voor de opdrachtovereenkomst altijd het meest recente sjabloon gebruiken dat door de OVAM ter beschikking is gesteld. Er zijn drie verschillende types opdrachtformulieren beschikbaar, afhankelijk van de aard van de opdracht:

      • Opdrachtformulier opmaak van een asbestinventaris voor een asbestattest: Dit formulier wordt gebruikt voor de uitvoering van een standaardonderzoek.
      • Opdrachtformulier aanvullend onderzoek: Dit type is vereist wanneer u een onderzoek uitvoert dat verder gaat dan de standaardverplichtingen, zoals bij destructieve handelingen of in het kader van de federale arbeidswetgeving.
      • Opdrachtformulier raadplegen van een asbestinventaris: Dit formulier dient als bewijs van mandaat om een bestaande asbestinventaris of een asbestattest in de databank te mogen inzien.

      Link naar de OVAM-opdrachtformulieren: https://ovam.vlaanderen.be/vakinformatie-over-het-asbestattest

    • Moet ik crepi altijd bemonsteren?

      Ja, u bent in principe verplicht om crepi te bemonsteren als u het materiaal als niet-asbesthoudend wilt identificeren. Crepi wordt zonder bewijsstukken altijd als asbestverdacht beschouwd.

      U hoeft alleen geen monster te nemen in de volgende specifieke gevallen:

      • U beschikt over een bestaande laboanalyse (als bewijsdocument) die door uw expertise wordt bevestigd.
      • Een bewijsdocument toont aan dat de crepi geproduceerd is na 2000 (bij vezelcement pas vanaf plaatsingsjaar 2005). Afbeeldingen van applicaties zoals Google Street View mogen gebruikt worden als bewijsdocument om te bepalen of een materiaal asbestverdacht is. Dit is toegestaan mits de afbeeldingen voldoen aan specifieke voorwaarden, zoals het vermelden van de inspectielocatie, het tijdstip van de opname en een duidelijke weergave van de betrokken plaats en toepassing. Door afbeeldingen uit verschillende jaren te vergelijken, kan de asbestdeskundige een tijdsinterval bepalen waaruit blijkt dat een materiaal na 2000 is geplaatst. Deze beoordeling op basis van Street View moet echter altijd worden gecombineerd met een bevestiging door eigen vaststelling.
      • Monstername is niet mogelijk door een onderzoeksbeperking (bijvoorbeeld onveiligheid of hoogte boven 3,50 meter).
      • De monstername zou meer schade aanrichten dan de schade die inherent is aan een normale monstername.
      • Het materiaal behoort toe aan een andere eigenaar.

      In tegenstelling tot veel andere materialen mag een opdrachtgever de monstername van crepi niet weigeren indien deze nodig en praktisch mogelijk is. Als de identificatie niet via een monster of labo-analyse kan gebeuren, moet het materiaal als asbesthoudend in het attest worden opgenomen.

    • Hoeveel monsternamepunten moet een mengmonster bevatten?

      Een mengmonster bevat onder IP2 minimaal twee en maximaal vier monsternamepunten.

    • Wanneer is een plaatsbezoek verplicht bij een actualisatie van een geldig attest?

      Bij de actualisatie van een geldig asbestinventarisattest is een plaatsbezoek verplicht in de volgende vier situaties:

      • Nieuwe asbesthoudende materialen: Wanneer er nieuwe asbesthoudende materialen zijn aangetroffen, is een bezoek aan minstens de betreffende materialen vereist.
      • Aanvullend onderzoek: Bij het uitvoeren van een aanvullend onderzoek moet minstens het deel van het inspectiegebied waar dit onderzoek op slaat, bezocht worden.
      • Opheffen onderzoeksbeperking: Indien een eerdere onderzoeksbeperking wordt opgeheven, is een bezoek aan dat specifieke deel van het gebied verplicht.
      • Uitbreiding inspectiegebied: Bij een uitbreiding met een deel dat nog geen deel uitmaakt van een ander attest, moet minstens de uitbreiding fysiek gecontroleerd worden.

      In alle andere gevallen beoordeelt de asbestdeskundige zelf, op basis van expertise en actueel beeldmateriaal van de situatie, of een (gedeeltelijk) plaatsbezoek noodzakelijk is. Wanneer het te actualiseren attest echter vervallen is, blijft een volledig plaatsbezoek van het hele inspectiegebied altijd verplicht.

    • Wat doe ik als een materiaal bij een actualisatie plots omkast blijkt te zijn?

      Als u bij een actualisatie vaststelt dat een voorheen waarneembaar materiaal nu omkast of bedekt is, mag u de oorspronkelijke inspectiefiche niet inhoudelijk aanpassen. U bent verplicht om de bestaande inspectiefiche ongewijzigd over te nemen in de nieuwe inventaris. In het notitieveld van deze overgenomen fiche voegt u enkel een opmerking toe die verwijst naar een nieuwe adviesfiche.

      U stelt vervolgens een verplichte adviesfiche op waarin u de actuele situatie beschrijft en de reden geeft waarom u de oorspronkelijke fiche overneemt. Deze actuele situatie moet u in de adviesfiche aantonen met representatieve foto’s van de omkasting. Deze werkwijze geldt ook wanneer de opdrachtgever in de overeenkomst verklaart dat een voorheen waarneembaar materiaal nu ingesloten of bedekt is. Indien de oorspronkelijke gegevens door een andere asbestdeskundige zijn opgesteld, bent u niet verantwoordelijk voor de juistheid van die overgenomen informatie.

    • Hoe splits ik een bestaand asbestattest voor twee verschillende eigenaren?

      U kunt een bestaand asbestattest splitsen door in de databank voor elk te splitsen deel een ‘vernieuwing’ toe te voegen. In elke afzonderlijke vernieuwing schrapt u de inspectiefiches en plannen die niet tot dat specifieke deel behoren. Het is verplicht om alle verschillende vernieuwingen op te starten voordat u het eerste nieuwe asbestattest genereert, omdat u daarna geen nieuwe vernieuwingen meer kunt starten vanuit het originele attest. Verschillende asbestdeskundigen kunnen gelijktijdig een vernieuwing van hetzelfde originele attest opstarten, mits dit gebeurt voordat een van hen een attest genereert.

      Indien u slechts van één van de eigenaren een opdracht krijgt, staat de OVAM toe dat u enkel een actualisatie doet voor dat specifieke deel. In dat geval wordt het originele asbestattest gearchiveerd en beschikt de andere eigenaar niet langer over een geldig attest. U moet de andere eigenaar hierover vooraf via uw opdrachtgever informeren en de kans bieden om ook voor diens deel een vernieuwing uit te voeren. Deze informatiestappen moet u verplicht documenteren in de databank. Uiteindelijk moeten alle actualisaties samen het volledige inspectiegebied van het oorspronkelijke asbestattest omvatten.

    • Wanneer moet ik een afdruipzonefiche opmaken?

      U moet een afdruipzonefiche opmaken wanneer u asbesthoudend vezelcement vaststelt als dakbedekking (ongeacht de toestand) of als zwaar beschadigde of zwaar verweerde gevelbekleding. Deze verplichting geldt alleen als de onderliggende bodem voor minimaal 75 vol.% uit grond bestaat, al dan niet vermengd met puin of steenslag.

      De asbestresten moeten via ‘afdruip’ (rechtstreeks vanaf het dak of de gevel) of ‘afvloei’ (via een goot of regenpijp) op deze waterdoorlatende bodem terechtkomen. U bent ook verplicht deze fiche op te stellen als uit uw vooronderzoek blijkt dat er vroeger een asbesthoudende dakbedekking met afdruip op de bodem aanwezig was. Indien de resten terechtkomen op een verharding of op een bodem met minder dan 75 vol.% grond, gebruikt u geen afdruipzonefiche maar een verplichte adviesfiche.

    • Wat zijn de privacyregels voor foto’s in de databank?

      De asbestdeskundige moet bij het nemen en uploaden van foto’s redelijkerwijs de privacy van anderen respecteren. De volgende elementen mogen niet herkenbaar in beeld worden gebracht:

      • Personen: Zowel echte personen als afbeeldingen (foto’s) van personen.
      • Dieren: Huisdieren of andere dieren.
      • Identificatiegegevens: Nummerplaten van voertuigen en gsm-nummers.
      • Bedrijfsinformatie: Verwijzingen naar private of publieke bedrijven en organisaties.
      • Persoonlijke zaken: Materialen zoals privéfoto’s of facturen (bijvoorbeeld van nutsbedrijven).

      Indien een voertuig met nummerplaat niet verplaatst kan worden, is de deskundige verplicht de plaat onherkenbaar te maken, bijvoorbeeld door deze te blurren. De deskundige moet de eigenaar en gebruiker vooraf informeren over het maken van foto’s, zodat zij persoonlijke eigendommen tijdig kunnen wegnemen of afdekken. Deze privacyregels zijn van toepassing op alle foto’s in de databank, zowel binnen de inspectiefiches als in de fotoreportage in de bijlagen.

    • Hoeveel terreinaudits moet een ADI per jaar ondergaan?

      Het aantal terreinaudits dat een persoonsgecertificeerde ADI per kalenderjaar moet ondergaan, is afhankelijk van het aantal asbestinventarissen dat die deskundige heeft gefinaliseerd:

      • Tot en met 100 inventarissen: minstens 1 audit.
      • 101 tot 200 inventarissen: minstens 2 audits.
      • 201 tot 300 inventarissen: minstens 3 audits.
      • Vanaf 300 inventarissen: minstens 4 audits.

      Naast het jaarlijkse minimumaantal kunnen er extra terreinaudits plaatsvinden als opvolging in de volgende gevallen:

      • Na een sanctie: Bij een non-conformiteit van categorie II (schorsing) of categorie III (voorwaardelijke opheffing) volgt altijd een extra audit om na te gaan of de opgelegde maatregelen zijn getroffen of om de schorsing op te heffen.
      • Na een klacht: Indien een klacht van een derde door de certificatie-instelling (CI) gegrond wordt bevonden, kan dit aanleiding geven tot een extra controle of audit op locatie.
    • Wanneer moet ik een plaatsbezoek aanmelden in de databank?

      De planning van een plaatsbezoek (datum en startuur) moet minstens 24 uur op voorhand in de databank worden ingevoerd. Indien er wijzigingen zich voordoen binnen de 24 uur dan moet dit gemeld worden via een onlineformulier. Deze vindt u terug op https://www.asbest-certificaat.be.

    • Welke non-conformiteiten zijn er allemaal en welke sanctie is hieraan verbonden?

      Non-conformiteiten (NC’s) worden door de certificatie-instelling (CI) ingedeeld in vier categorieën, variërend van een waarschuwing tot de definitieve intrekking van het certificaat.

      Sanctiecategorieën:

      • Categorie I: Opheffen certificaat. Het certificaat wordt onmiddellijk en definitief ingetrokken.
      • Categorie II: Schorsen certificaat. Een tijdelijke schorsing van maximaal één maand.
      • Categorie III: Voorwaardelijke opheffing. De deskundige mag doorwerken, maar verliest het certificaat als opgelegde maatregelen niet binnen een gestelde termijn worden uitgevoerd.
      • Categorie IV: Waarschuwing. De deskundige wordt gewezen op de fout, zonder direct gevolg voor de geldigheid van het certificaat.
    • Hoe rapporteer ik een gemene muur?

      Voor het rapporteren van een gemene muur of afscheiding gelden de volgende regels:

      • Onderdeel van het inspectiegebied: Een gemene muur of afscheiding wordt beschouwd als een integraal onderdeel van elk betrokken inspectiegebied.
      • Geen apart attest: Er is voor een gemene muur geen afzonderlijk asbestinventarisattest voor gemene delen vereist.
      • Rapportage via bronfiche: U neemt inspecteerbare (asbestverdachte) materialen op een gemene muur op in een bronfiche.
      • Bewijs bij niet-gemene muren: Als een muur niet gemeen is en ook geen eigendom is van uw opdrachtgever, bent u verplicht om een bewijsdocument hiervan te uploaden in de databank.
      • Ontstentenis van bewijs: Indien het na onderzoek van bewijsstukken (zoals de basisakte) onduidelijk blijft wie de eigenaar is van bepaalde muurdelen, rapporteert u deze delen zowel in het asbestattest van de privatieve kavel als in dat van de gemene delen.
    • Hoeveel attesten moet ik opstellen voor een woning met 3 onvergunde appartementen?

      Voor een woning met drie appartementen moet u minimaal vier asbestattesten opstellen: één voor elk appartement en één voor de gemene of gemeenschappelijk gebruikte delen.

      Hoewel de appartementen onvergund zijn, is de feitelijke situatie ter plaatse bepalend voor de asbestdeskundige. Volgens het inspectieprotocol geldt:

      • Eén wooneenheid per attest: Een inspectiegebied (en dus een asbestattest) mag maximaal één wooneenheid bevatten. Voor drie appartementen zijn dus drie afzonderlijke attesten nodig.
      • Gemene of gemeenschappelijk gebruikte delen: Zodra een gebouw wordt opgedeeld in meerdere inspectiegebieden, vormen de gedeelde ruimtes (zoals de inkomhal of traphal) een apart inspectiegebied waarvoor een afzonderlijk attest vereist is.

      Dit geldt ongeacht of de functie van de appartementen vergund is of niet.

    • Wanneer mag ik extrapoleren?

      U mag gegevens extrapoleren van het ene inspectiegebied naar het andere als aan al de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:

      • Zelfde sector: De constructies bevinden zich binnen dezelfde statistische sector.
      • Identieke constructies: De gebouwen zijn minstens in dezelfde bouwfase opgetrokken volgens hetzelfde lastenboek en met identieke materialen voor de basisstructuur en afwerking.
      • Mandaat: U beschikt over een mandaat om de bestaande asbestinventaris van de referentieconstructie te raadplegen.
      • Vaststelling ter plaatse: U stelt de te extrapoleren gegevens tijdens uw eigen inspectie ter plaatse vast.
      • Volledig onderzoek: U onderzoekt het inspectiegebied waarnaar u extrapoleert nog steeds volledig; u houdt hierbij rekening met latere wijzigingen zoals verwijderde of extra aangebrachte materialen.

      Extrapolatie van labo-analyses: Voor de resultaten van labo-analyses gelden aanvullende beperkingen:

      • Beperkte doelgroep: Dit mag alleen voor wooneenheden, garageboxen of vergelijkbare constructies.
      • Verboden voor gemene delen: Extrapolatie van labo-analyses is niet toegestaan voor de gemene of gemeenschappelijk gebruikte delen van wooneenheden of voor niet-residentiële gebouwen.
      • Minimumaantal monsternames: U moet bij een reeks identieke wooneenheden een minimumpercentage zelf bemonsteren voordat u de resultaten mag extrapoleren naar de rest:
        • 25% van de eenheden: Voor pleisterwerk, tegellijm (faience), crepi, spuitlagen en thermische leidingisolatie in gips.
        • 10% van de eenheden: Voor mastiek, kit of zwarte lijm.

      In de databank moet u beschrijven vanuit welk inspectiegebied u de gegevens extrapoleert en welke gegevens dit precies betreft. U bent verplicht om bewijsdocumenten (zoals bouwplannen of lastenboeken) op te laden die aantonen dat het om identieke constructies gaat.

    • Wanneer moet ik een asbestverdachte buis niet bemonsteren?

      U hoeft een asbestverdachte buis (zoals een afvoer-, rookgas- of rioolbuis) volgens de bronnen niet te bemonsteren in de volgende situaties:

      Wanneer identificatie op een andere manier mogelijk is:

      • Visuele identificatie: U kunt het materiaal identificeren als asbesthoudend op basis van voorkennis en een beoordeling met het blote oog, bijvoorbeeld wanneer asbestvezelbundels duidelijk zichtbaar zijn.
      • Bestaande laboanalyse: Er is een bewijsdocument beschikbaar van een eerdere laboanalyse van een monster dat representatief is voor deze specifieke buis.
      • Andere bewijsdocumenten: U kunt de buis als asbesthoudend identificeren op basis van andere documenten (zoals facturen of plannen) in combinatie met uw expertise.

      Wanneer monstername praktisch of juridisch niet mogelijk is:

      • Te grote schade: De monstername zou meer schade aanbrengen dan de schade die inherent is aan een monstername (waardoor de buis bijvoorbeeld niet meer functioneel zou zijn).
      • Onderzoeksbeperking: De buis is niet bereikbaar voor monstername, bijvoorbeeld omdat deze zich op een hoogte van meer dan 3,50 meter bevindt of in een onveilige ruimte.
      • Eigendom van derden: De buis behoort niet toe aan de eigenaar voor wie u de inventaris opmaakt, zoals buizen van een nutsmaatschappij.
      • Weigering opdrachtgever: De opdrachtgever weigert expliciet dat er een monster wordt genomen. In dat geval moet u de buis als asbesthoudend in het attest opnemen.

      Belangrijk aandachtspunt: Indien u geen monster neemt en de buis identificeert op basis van “vaststelling en expertise”, moet u voor asbestcement (met uitzondering van het type ‘Masal’) verplicht crocidoliet selecteren als de asbestsoort voor de risicoberekening.

    • Wanneer mogen bewijsdocumenten gebruikt worden om geen monster te nemen?

      Bewijsdocumenten mogen in de volgende gevallen worden gebruikt om een monstername achterwege te laten:

      • Identificatie als asbesthoudend: Dit is toegestaan op basis van een bestaande laboanalyse of andere bewijsdocumenten (zoals facturen of technische plannen), mits dit wordt bevestigd door vaststelling en expertise.
      • Identificatie als niet-asbesthoudend: Dit mag enkel op basis van een bestaande laboanalyse. Deze analyse moet representatief zijn, uitgevoerd door een op dat moment erkend labo, en mag niet in tegenspraak zijn met eigen vaststellingen.
      • Beoordeling als niet-asbestverdacht: Materialen kunnen als niet-asbestverdacht worden beschouwd als bewijsdocumenten onomstotelijk aantonen dat het materiaal geproduceerd is na 2000.
      • Beperking voor specifieke materialen: Voor pleisterwerk, crepi, spuitlagen en thermische leidingisolatie in gips of cement mag u de monstername alleen overslaan als er een bestaande laboanalyse beschikbaar is. Andere bewijsdocumenten (zoals een factuur van een stukadoor) volstaan voor deze materialen niet om monstername te vermijden.

      Een eenzijdige verklaring van de opdrachtgever wordt nooit als geldig bewijsdocument geaccepteerd om een monstername te vervangen.

    • Wanneer is een attest voor de GGD nodig?

      Een asbestattest voor de gemeenschappelijk gebruikte delen (GGD) is in de volgende situaties nodig:

      • Bij overdracht vanaf 1 mei 2025: Wanneer een eigenaar een deel van een gebouw overdraagt (zoals verkoop of vruchtgebruik) en er delen zijn die gemeenschappelijk worden gebruikt door verschillende gebruikers in dat gebouw, is een afzonderlijk GGD-attest verplicht.
      • Bij vrijwillige of verplichte splitsing: Als een eigendom van één eigenaar wordt opgedeeld in meerdere inspectiegebieden met elk een eigen attest (bijvoorbeeld een gebouw met een kantoor en een appartement), vormen de gezamenlijke delen (zoals de inkomhal) een apart inspectiegebied waarvoor een GGD-attest vereist is.
      • Algemene verplichting tegen 2032: Voor toegankelijke constructies met een risicobouwjaar die toebehoren aan één eigenaar maar verschillende gebruikers hebben, moet er uiterlijk op 31 december 2031 een asbestattest voor de gemeenschappelijk gebruikte delen aanwezig zijn.

      Belangrijk onderscheid: Een GGD-attest is specifiek voor gebouwen van één eigenaar met verschillende gebruikers. Indien het gebouw onder het stelsel van mede-eigendom valt (verschillende eigenaars, zoals een VME), spreekt men van een “attest voor de gemeenschappelijke delen”, waarvoor de deadline al op 31 december 2026 ligt.

    • Is er voor een autostaanplaats in een ondergrondse parking een attest nodig?

      Voor een autostaanplaats die enkel uit geverfde lijnen op de verharding bestaat, is geen asbestattest nodig omdat dit niet wordt beschouwd als een toegankelijke constructie (TCR). Een constructie is pas attestplichtig als deze voldoet aan de definitie van een TCR: het moet beschikken over een dak gedragen door constructie-elementen waarbij een persoon er normaal in kan staan of lopen (minimale hoogte 1,75 meter).

      Autostaanplaatsen in een ondergrondse garage worden doorgaans gezien als onderdeel van een grotere toegankelijke constructie, maar ze vormen op zichzelf geen TCR als ze geen eigen constructie-elementen hebben die het dak dragen. Indien een staanplaats echter muren en een dak heeft (vergelijkbaar met een garagebox), wordt deze wel als een TCR beschouwd en is een attest verplicht bij overdracht.

      De gemeenschappelijke delen van een ondergrondse parking (zoals de rijstroken) vallen onder de verplichting voor de gemene delen, waarvoor uiterlijk op 31 december 2026 een asbestattest aanwezig moet zijn. Wanneer u een wooneenheid verkoopt waartoe een privatieve staanplaats op hetzelfde of een aangrenzend perceel behoort, wordt deze staanplaats mee opgenomen in het asbestattest van die wooneenheid.